Erg fijn, die timing van de aankondiging van de reorganisatieplannen, zo net voor de zomervakantie. Een goed idee, om je medewerkers met die bagage de zomer in te sturen. Hebben ze lekker de tijd om over hun toekomst na te denken...
Het toeval wil dat we net dit jaar nog geen vakantieplannen hebben gemaakt. Normaal gesproken weten we een paar maanden voordat de vakantie begint al waar we heen gaan, maar dit keer hebben we de zaak voor ons uit geschoven. Er ligt dus nog niets vast, en daardoor is er even de gedachte dat we misschien maar beter thuis kunnen blijven. We vragen aan de kinderen hoe zij het zouden vinden om niet weg te gaan. Ze reageren op een neutrale manier, maar menen ze het echt, of doen ze het voor ons?
Ik vind het eigenlijk geen optie om niet op vakantie te gaan. Er is maar één jaar geweest waarin we niet zijn weggeweest, maar dat was omdat Lasse toen net was geboren. De zomervakantie vormt een ijkpunt in het jaar, het is een belangrijke factor in de tijdsbepaling. ('Weet je wel, dat was in het jaar dat we in die stacaravan zaten in de Auvergne.') En dan zouden we dit jaar thuis moeten blijven, omdat er is gezegd dat we eruit worden gemieterd? Dat laten we toch niet gebeuren?!
En dus gaan we gewoon wél. Esther doet wat speurwerk op internet, en stuit op een aantrekkelijke aanbieding van een camping in Zuid-Frankrijk. Als we daar twee losse weken boeken in een stacaravan, kunnen we profiteren van een korting van 40 procent, en dat maakt de huurprijs wel een stuk dragelijker. Daar moeten we dan een tussentijdse verplaatsing van de ene caravan naar de andere maar voor over hebben. We hakken de knoop snel door, en die middag vertellen we de jongens dat we tóch op vakantie gaan. En ze blijken er maar wat blij mee te zijn. Zie je wel, deden ze het dus toch om ons een beetje te sparen.
Later die dag zitten we even met z'n vijven in de auto, omdat we even in de stad moeten zijn. Ik realiseer me dat we over precies twee weken ook weer met elkaar in de auto zullen zitten, maar dan wel op weg naar Zuid-Frankrijk. Zelden zo'n zin gehad in de vakantie!
Saturday, August 23, 2014
Monday, August 11, 2014
Thuisfront
Tijdens de rit naar huis heb ik me voorgenomen om Esther maar meteen bij thuiskomst op de hoogte te brengen van de reorganisatieplannen die vandaag zijn aangekondigd. Ik wil er nou ook weer geen drama van maken, en daarom kom ik - voor mijn gevoel - op een volstrekt normale manier door de achterdeur naar binnen, zoals altijd. Maar het loopt toch anders. 'Wat zie jij eruit?! Wat is er gebeurd?', is het eerste wat ze zegt. Kent ze me dan zó goed dat ze het gewoon meteen in de gaten heeft dat er iets niet in de haak is? Maar ik doe toch niet anders dan normaal? Wat merkt ze dan in vredesnaam aan me?
'Ja, er is inderdaad wat gebeurd vandaag.' Ik ga zitten en vertel over de bijeenkomst eerder die middag. Ze stelt de nodige vragen, en ik beantwoord ze voor zover dat mogelijk is. Er is nog heel veel onduidelijk, dus in veel gevallen weet ik het ook niet. Zo zitten we een tijdje met elkaar te praten. Gelukkig reageert Esther vrij rustig op het nieuws. Als Mats even beneden komt, loopt hij naar me toe en geeft me even een aai over mijn rug. Dat doet hij normaal niet zomaar. Voelt hij dan ook al meteen dat er iets aan de hand is? Hangt er iets om me heen misschien? Heel apart.
In de dagen erna heb ik het met Esther natuurlijk wel over de stand van zaken op het werk, maar we hebben nog steeds niets tegen de jongens gezegd. Dat voelt voor ons allebei erg ongemakkelijk, en daarom besluiten we om ze te vertellen wat er speelt. We zijn immers een gezin, en als er eens een keer wat vervelends gebeurt, dan moeten de jongens daar ook van weten. Dat hoort er ook bij.
Als we later die week 's avonds aan tafel zitten, vertel ik ze dat er op kantoor grote veranderingen aan zitten te komen, en ik zeg er ook bij dat de kans groot is dat ik mijn baan zal kwijtraken. Ik had het van tevoren niet verwacht, maar nu het zover is merk ik dat ik er moeite mee heb om ze ermee te moeten confronteren. Zoiets wil een kind niet horen. Een kind wil stabiliteit, vaste patronen, duidelijkheid. Een vader die zijn baan dreigt te verliezen past niet in dat plaatje. Er wordt ineens gemorreld aan een van de vaste waarden in hun leven.
Een paar weken daarvoor zijn we op een open dag geweest van een andere vestiging van het bedrijf, in Breda. Daar is tijdens een presentatie (die ze overigens héél saai vonden) nog gezegd dat de vestiging in Zwolle, waar ik zelf werk, heel belangrijk werk doet voor die vestiging in Breda. Dat is blijkbaar blijven hangen, want Olaf zegt nu dat ik mijn werk echt wel zal houden. 'Ze hebben jou toch nodig? Dan kunnen ze je toch niet zomaar wegsturen?' Ik vind het lief dat hij het zegt, maar het is ook de reactie van een jongen die iets wat hem bedreigt op afstand wil houden door het eenvoudigweg te ontkennen.
Later die avond ga ik nog even naar Olaf toe. Ik zeg hem dat het natuurlijk allemaal heel naar is, en dat de komende tijd wel veel onzekerheid zal gaan brengen, maar dat ik er alle vertrouwen in heb dat het weer goed zal komen. Gelukkig lijkt hij er nu weer wat rustiger onder. Het bericht heeft al een plaatsje gekregen. Zo flexibel zijn kinderen dan ook wel weer.
'Ja, er is inderdaad wat gebeurd vandaag.' Ik ga zitten en vertel over de bijeenkomst eerder die middag. Ze stelt de nodige vragen, en ik beantwoord ze voor zover dat mogelijk is. Er is nog heel veel onduidelijk, dus in veel gevallen weet ik het ook niet. Zo zitten we een tijdje met elkaar te praten. Gelukkig reageert Esther vrij rustig op het nieuws. Als Mats even beneden komt, loopt hij naar me toe en geeft me even een aai over mijn rug. Dat doet hij normaal niet zomaar. Voelt hij dan ook al meteen dat er iets aan de hand is? Hangt er iets om me heen misschien? Heel apart.
In de dagen erna heb ik het met Esther natuurlijk wel over de stand van zaken op het werk, maar we hebben nog steeds niets tegen de jongens gezegd. Dat voelt voor ons allebei erg ongemakkelijk, en daarom besluiten we om ze te vertellen wat er speelt. We zijn immers een gezin, en als er eens een keer wat vervelends gebeurt, dan moeten de jongens daar ook van weten. Dat hoort er ook bij.
Als we later die week 's avonds aan tafel zitten, vertel ik ze dat er op kantoor grote veranderingen aan zitten te komen, en ik zeg er ook bij dat de kans groot is dat ik mijn baan zal kwijtraken. Ik had het van tevoren niet verwacht, maar nu het zover is merk ik dat ik er moeite mee heb om ze ermee te moeten confronteren. Zoiets wil een kind niet horen. Een kind wil stabiliteit, vaste patronen, duidelijkheid. Een vader die zijn baan dreigt te verliezen past niet in dat plaatje. Er wordt ineens gemorreld aan een van de vaste waarden in hun leven.
Een paar weken daarvoor zijn we op een open dag geweest van een andere vestiging van het bedrijf, in Breda. Daar is tijdens een presentatie (die ze overigens héél saai vonden) nog gezegd dat de vestiging in Zwolle, waar ik zelf werk, heel belangrijk werk doet voor die vestiging in Breda. Dat is blijkbaar blijven hangen, want Olaf zegt nu dat ik mijn werk echt wel zal houden. 'Ze hebben jou toch nodig? Dan kunnen ze je toch niet zomaar wegsturen?' Ik vind het lief dat hij het zegt, maar het is ook de reactie van een jongen die iets wat hem bedreigt op afstand wil houden door het eenvoudigweg te ontkennen.
Later die avond ga ik nog even naar Olaf toe. Ik zeg hem dat het natuurlijk allemaal heel naar is, en dat de komende tijd wel veel onzekerheid zal gaan brengen, maar dat ik er alle vertrouwen in heb dat het weer goed zal komen. Gelukkig lijkt hij er nu weer wat rustiger onder. Het bericht heeft al een plaatsje gekregen. Zo flexibel zijn kinderen dan ook wel weer.
Thursday, August 7, 2014
Het begin
Tussen de
ongelezen e-mails tref ik een uitnodiging aan voor een vergadering, met in de
Subject-regel de tekst ‘Mandatory Attendance - Organizational Announcement’.
Het aanvangstijdstip van het overleg is 14.00 uur vanmiddag, en het is nu tegen
twaalven. Een uitnodiging met zo’n onderwerp, en dan ook nog op zo’n korte
termijn? Dan is er wat aan de hand.
Tijdens de lunch
wordt er aan tafel gespeculeerd over wat we straks te horen zullen krijgen. Nu moet er
gezegd worden dat er op de afdeling al langer een gevoel van onrust heerst. We
zijn er eigenlijk wel vrij zeker van dat er voor onze afdeling op termijn, als het
bedrijf de overstap naar SAP zal gaan maken, geen reden van bestaan meer zal
zijn. Maar er wordt nu al jaren over SAP gesproken, en het kan ook nog wel eens
jaren duren voordat er écht wat zal gebeuren, dus voor de korte termijn maakte
niemand zich echt zorgen. Tot vandaag dan.
Als ik om twee
uur de vergaderzaal binnenkom, zit onze IT Manager al klaar. Naast hem zit de
voorzitster van de OR. Er is ook nog iemand van HR aanwezig, een man die ik nog
niet eerder heb ontmoet. Nadat iedereen is gaan zitten, neemt de IT Manager het
woord. Het is aan hem te merken dat hij gespannen is. Hij loopt eerst door een
paar sheets heen die vooral gevuld zijn met managementpraat, maar uiteindelijk
kan hij er niet meer om heen: er komt een wereldwijde reorganisatie aan, die
ook gevolgen zal hebben voor onze vestiging. Hij meldt dat er aan de OR is
gevraagd om een advies uit te brengen over de reorganisatieplannen. Zolang de
OR daar nog niet op heeft gereageerd, rust er een embargo op die plannen. Er
kunnen daarom nog geen details worden gegeven over de gevolgen voor onze eigen
afdeling.
Daar zit je dan
met z’n allen. Er worden wat opmerkingen gemaakt, er worden wat vragen gesteld.
Ik ben zelf eigenlijk niet eens echt verrast of geschokt. Blijkbaar had ik er
al rekening mee gehouden dat het hier op uit zou draaien. Ik voel geen woede, ik ben niet verdoofd. Het lijkt wel alsof ik er als een buitenstaander met een klinische blik naar sta te kijken: zo gaat dat dus, zo zegt een bedrijf tegen zijn werknemers dat ze eruit gegooid gaan worden.
Maar toch, ik realiseer me ook dat dit het begin is. Het begin van een periode van veranderingen en onzekerheid. Van de andere kant bekeken kan je zeggen dat dit het einde is. Het einde van een lange periode waarin de structuur van mijn leven grotendeels vast lag. Over precies een week ben ik tien jaar in dienst van dit bedrijf. Het zal waarschijnlijk bij tien jaar blijven.
Maar toch, ik realiseer me ook dat dit het begin is. Het begin van een periode van veranderingen en onzekerheid. Van de andere kant bekeken kan je zeggen dat dit het einde is. Het einde van een lange periode waarin de structuur van mijn leven grotendeels vast lag. Over precies een week ben ik tien jaar in dienst van dit bedrijf. Het zal waarschijnlijk bij tien jaar blijven.
Nadat er het een
en ander is gezegd over wat er de komende tijd zal gaan gebeuren, wordt de
vergadering afgesloten. We verlaten de zaal, en keren terug naar onze plek. We
gaan verder met ons werk. Voorlopig nog wel.
Subscribe to:
Comments (Atom)